Terug naar overzicht

Leven als René van der Gijp in Dordrecht

Plaats hier een plaatje

ROOSENDAAL – (Roosend(w)alers 2, verhaal 15 – Leven als René van der Gijp in Dordrecht) Wie vaak en vooral ver reist, heeft boeiende verhalen te vertellen. Deze volzin mag dan op enige waarheid berusten, die praktijkkant van het schrijversvak kan de bolle man steeds minder bekoren.

Sterker nog, het onderweg zijn begint hem vreselijk tegen te staan.

‘Te zijn of niet te zijn’ mag dan nog steeds de kwestie zijn zolang niemand deze stelling van Shakespeare wetenschappelijk weet te weerleggen. Om ergens te zijn, moet je eerst ergens zien te komen en het is juist tegen deze kant van het reizigersvak die een onoverkomelijke horde gaat vormen voor de bolle man. Het rustige leventje lekker thuis in de zomermaanden bevalt hem wel. Een paar boodschapjes doen, enkele nieuwsberichtjes schrijven voor de kabelkrant, op het dooie gemak het regionale krantje lezen, ’s middags op de buis eerst naar Wimbledon en daarna naar de Tour de France kijken, een beetje radio maken en voorts nog een paar keer per week naar de Chinese massagesalon. Zo komt de bolle man ‘de lange hete zomer’ van 2011 wel door. Hij is zich de afgelopen jaren steeds meer gaan spiegelen aan het leven dat voetbalcommentator Rene van der Gijp –lezinkje, tv-optredentje, DVD-tje kijken, sauna nemen-  leidt in het met historische gebeurtenissen gezegende stukje land tussen Roosendaal en Rotterdam. In zijn eentje heeft deze eigentijdse hofnar met scherp analytisch vermogen er voor gezorgd dat het onsympathieke gezegde ‘Hoe dichter bij Dordt hoe rotter het wordt’ heeft plaatsgemaakt voor ‘Leven als Rene van der Gijp in Dordrecht’. Het experimentele ‘Tour du Jour’, ter overbrugging van het Voetbal Internationalloze tijdperk, is de bolle man maar matig bevallen. Het zenuwachtige gebekkentrek van Danny Nelissen, oud-wielrenner en neefje van ‘De Neel’ naar het schijnt, is voor hem een grote bron van irritatie. Dat sommigen het wagen Gert Jacobs te vergelijken met Van der Gijp herinnert de  bolle man aan het vice-presidentiele debat tussen Dan Quayle en de respectabele Democratische politicus Lloyd Bentsen. Toen lichtgewicht Quayle als runningmate van de oude Bush het waagde zichzelf te vergelijken met president J. F. Kennedy wees Bentsen hem bedachtzaam terecht met de woorden: ‘Senator, ik diende onder Jack Kennedy. Ik kende Jack Kennedy, Jack Kennedy was een vriend van mij. Senator, u bent geen John F. Kennedy’. Volgens documentairemaker Fons van der Poel leidt Van der Gijp als vijftigjarige het leven van een vroeg gepensioneerde. Het is tegenwoordig mode om constant te benadrukken hoe ‘druk, druk’ je wel niet bent. Van der Poel zelf vormt daar bepaald geen uitzondering op. ‘Gelukkig’, denkt de bolle man, ‘dat er nog persoonlijkheden zijn die zich ver houden van dit misplaatste ADHD-achtige acteergedrag en gewoon durven toe te geven dat ze de dag in ledigheid doorbrengen’. Auteur Maarten ’t Hart is om een andere reden eveneens een man naar het hart van de bolle man. In een recent interview liet deze onbezoldigd ambassadeur van Maassluis weten aan twee zaken een broertje dood te hebben: reizen en geld uitgeven. In nuchtere bewoordingen beschreef ’t Hart hoe hij met een flinke dosis tegenzin naar een door zijn uitgever georganiseerd reisje richting het Zweedse Malmo had toegeleefd. ‘Een week van tevoren had ik al slapeloze nachten. Bij de gedachte dat ik ruim een week in een vreselijk hotel, waarin ik aangewezen zou zijn op al even afschuwelijk restaurantvoedsel, zou moeten vertoeven, brak het angstzweet me iedere nacht uit. Om daar überhaupt te komen zou ik eerst een afschuwelijke treinreis naar een afschuwelijke luchthaven moeten maken, waar mij de vernederende gang langs visiterende en angstaanjagende douaniers zou wachten. Dat hele proces zou zich na aankomst in omgekeerde volgorde nog eens herhalen. Het enige dat mij enigszins vreugdevol stemde, was het vooruitzicht om de contacten met een aantal collegaschrijvers wat te verdiepen en te verbreden. Ik zat in het vliegtuig naast Connie Palmen en daar was nauwelijks een behoorlijke zin uit te krijgen. Uit die droom was ik dus wel heel snel geholpen. Het verblijf in Zweden was tot overmaat van ramp nog erger dan ik me in mijn meest negatieve dromen had kunnen voorstellen. Laat mij dus maar lekker thuis blijven. Thuis heb ik alles wat mijn hartje begeert en een omgeving die me optimaal inspireert tijdens het schrijven’. De bolle man lacht ten teken van herkenning. Recentelijk heeft hij na zijn laatste reis gepoogd zich door een boek van Cees Nooteboom heen te worstelen. Dat viel hem bepaald niet mee, ergens halverwege haakte hij wegens aan elkaar geregen zinnen die samen allesbehalve een logisch verhaal vormden, geestelijk uiterst vermoeid af. Wie ver reist en zijn verhalen niet helder onder woorden weet te brengen, kan wat de bolle man betreft net zo goed thuisblijven.

Jaap Pleij is bezig met een uniek project. De verhalen voor zijn komende boek ‘Roosend(w)alers 2’ worden direct op deze website geplaatst, en dat tot genoegen van een groot aantal vaste Dichtbij Roosendaal-volgers, zo is uit de reacties gebleken. ‘Roosend(w)alers 2’ ligt waarschijnlijk begin 2012 in de boekwinkels. Het boek ‘Roosend(w)alers’ is nog verkrijgbaar bij boekhandel Het Verboden Rijk in de Passage, de Brunawinkel aan de Dr. Brabersstraat en het VVV-kantoor aan de Markt.

Geplaatst door pleijdooi 0 reacties

Uw reactie op dit bericht

Reacties op dit bericht